Energierenovatiekrediet.be
Energierenovatielening.be

Groene leningen aan lage interest

 

Vlaamse waarborgregeling zorgt voor boost goedkope energieleningen

De Vlaamse regering heeft op 10 september 2010 haar definitieve goedkeuring gegeven aan de gewestelijke waarborg voor goedkope energieleningen via het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE). Dankzij die regeling zal binnenkort al 84 procent van de Vlamingen beroep kunnen doen op een goedkope of gratis energielening, zegt minister van Energie Freya Van den Bossche. Ik roep de resterende gemeenten op om zich ook aan te sluiten. De leningen moeten er mee voor zorgen dat in 2020 geen enkele Vlaamse woning nog energie verspilt.

Sinds de Vlaamse regering de waarborgregeling heeft aangekondigd, zijn de gemeenten massaal op de kar gesprongen. Resultaat: in vier op de vijf gemeenten zullen de goedkope leningen binnenkort beschikbaar zijn. In mei, vóór de principiële goedkeuring van de waarborgregeling, was dat maar één op de vijf. Samen met de nieuwe, lokale projecten die nu in uitvoering of in voorbereiding zijn, zullen we 84 procent van alle Vlamingen bereiken. Zo kunnen we onze ambitie waarmaken om alle woningen in Vlaanderen tegen 2020 energiezuinig te maken, zegt Van den Bossche. Want straks kunnen bijna alle Vlamingen beroep doen op erg goedkope leningen voor energiebesparende investeringen. En we zullen alles in het werk stellen om tot een complete dekking in Vlaanderen te komen.

Het FRGE is een federaal fonds dat in 2006 werd opgericht om goedkope leningen te verstrekken aan gezinnen die energiebesparende investeringen willen uitvoeren. Het fonds heeft 250 miljoen euro ter beschikking en wil op de eerste plaats gezinnen met een bescheiden inkomen bereiken. Op die manier kunnen zij bijvoorbeeld hun dak isoleren, hun ramen vervangen door hoogrendementsbeglazing of een modern en efficiënt verwarmingssysteem installeren.

De kost is bijzonder klein, want het FRGE hanteert een interest van amper 2 procent, waarop ook nog eens de federale korting voor groene leningen kan worden verrekend. Dat brengt de intrestvoet op 0,5 procent. Sommige lokale overheden passen dat bedrag bij, zodat hun inwoners een heuse renteloze lening krijgen voor energiebesparende investeringen. Voor mensen met een laag inkomen is dat zelfs in de meeste gemeenten het geval. Via een combinatie van de bestaande premies en met de uitgespaarde energiekosten kunnen zij hun goedkope lening op korte termijn terugbetalen, zodat investeringen in energiebesparing voor iedereen een mogelijkheid worden.

De Vlaamse regering heeft nu de laatste horde weggenomen om het systeem voor iedereen toegankelijk te maken. Het zijn de lokale overheden die de middelen uit het fonds kunnen uitlenen aan de gezinnen, maar zij aarzelden omdat ze schrik hadden voor wanbetalingen. Om die drempel weg te nemen, kondigde de Vlaamse regering in het voorjaar aan dat zij zelf quasi volledig borg zou staan voor de leningen. Dat vertrouwenwekkend signaal heeft de lokale besturen definitief over de streep getrokken, zegt Van den Bossche. Sindsdien is het aantal gemeenten dat ging aankloppen bij het FRGE spectaculair gestegen. Ik roep ook de resterende gemeenten op om zich aan te sluiten bij het FRGE. Zo kunnen we ervoor zorgen dat iedere Vlaming beroep kan doen op de energieleningen.

De goedkope leningen zijn een noodzakelijke aanvulling op de bestaande premiestelsels, want ze maken energiebesparende investeringen bereikbaar voor gezinnen met een bescheiden inkomen. Dat brengt onze doelstelling om tegen 2020 alle woningen in Vlaanderen energiezuinig te maken een stuk dichterbij, besluit minister Van den Bossche. Ook bij mensen die het het hardst nodig hebben. Want investeringen in energiebesparing zijn voor mij een cruciaal element in de strijd tegen de armoede.

Groene leningen en fiscaliteit
 

De federale overheid verleent een aantal voordelen voor leningen afgesloten door natuurlijke personen tussen 1 januari 2009 en 31 december 2011 die uitsluitend dienen om energiebesparende uitgaven als bedoeld in artikel 14524, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te financieren. De federale overheid neemt de intrest ten belope van 1,5% van deze leningen ten laste (intrestbonificatie) en bovendien wordt voor de resterende intresten een belastingvermindering verleend. Deze belastingvermindering bedraagt 40% van de betaalde intresten, na aftrek van de intrestbonificatie.

Welke leningovereenkomsten komen in aanmerking?

  • consumentenkredieten onder de vorm van een lening op afbetaling of een verkoop op afbetaling (kredietopeningen in het kader van het consumentenkrediet en hun eventuele wederopnames komen evenwel niet in aanmerking);
  • hypothecaire kredieten (met inbegrip van hypothecaire kredietopeningen en hun eventuele wederopnames).

Welke uitgaven komen in aanmerking?

  • vervanging of onderhoud van uw verwarmingsketel;
  • plaatsen van fotovoltaïsche zonnepanelen of een zonneboiler;
  • installeren van een warmtepomp;
  • plaatsen van dubbele beglazing;
  • dak-, muur- en vloerisolatie;
  • plaatsen van thermostatische kranen of een klokthermostaat;
  • een energieaudit.

De interestbonificatie en de belastingvermindering voor intresten van groene leningen wordt enkel toegekend voor leningen voor energiebesparende uitgaven die bestemd zijn voor privédoeleinden.

Hoogte van de lening?

Het ontleende bedrag moet minstens 1250 euro en mag hoogstens 15.000 euro bedragen. Deze grenzen gelden per kalenderjaar, per woning en per kredietnemer. Twee natuurlijke personen die samen eigenaar zijn van een woning kunnen in het jaar 2009
- ofwel samen één groene lening van maximum 30.000 euro;
- ofwel afzonderlijk elk één groene lening van maximum 15.000 euro per lening sluiten om de energiebesparende uitgaven voor die woning te financieren.

Bijkomende bepalingen.

De kredietnemer dient via de kredietgever ten laatste op het ogenblik dat de leningsovereenkomst wordt ondertekend te verzoeken tot een toekenning van intrestbonificatie. De kredietgever is hierbij de tussenpersoon die zich tot de dienst bevoegd voor intrestbonificatie dient te wenden.

De kredietnemer dient ook een bewijsstuk (kopie van de factuur en de bijlagen) te bezorgen aan de kredietgever om aan te tonen dat de lening effectief dient om energiebesparende uitgaven te financieren.

Voor leningen die zijn afgesloten tussen 1 januari 2009 en 31 juli 2009 (de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 12 juli 2009 betreffende de intrestbonificatie voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van energiebesparende uitgaven) is er een overgangsregeling. Voor deze leningen beschikt men over een termijn van 3 maand om de voorwaarden van de leningovereenkomst in overeenstemming te brengen met de voorwaarden zoals bepaald in het koninklijk besluit, om de toekenning van de intrestbonificatie te verzoeken en om de vereiste bewijsstukken (kopie van de factuur en de bijlagen bv.) af te leveren aan de kredietgever.

Indien het jaarlijks kostenpercentage van het consumentenkrediet of het hypothecaire krediet minder dan 1,5% zou bedragen, wordt de intrestbonificatie verminderd tot deze lagere rentevoet.

De belastingvermindering voor intresten van groene leningen moet worden aangevraagd door in de belastingaangifte de passende codes in te vullen. De kredietgevers zullen de nodige attesten bezorgen om aanspraak te kunnen maken op de belastingvermindering. Deze attesten moeten ter beschikking worden gehouden van de belastingadministratie.

 

Titeltje
"Under Construction"
Energiekosten worden alsmaar hoger
 

Stelt U zich eens voor: de olieprijzen stijgen tot ongekende hoogte. Extreme weersomstandigheden of een ongeval beschadigen of vernietigen olieplatformen, de spanning in het Midden-Oosten loopt op, een niet-stabiele situatie in andere olie-exporterende landen, een conflict met een van grootste gas-uitvoerende landen escaleert, de speculatie op de wereldmarkt neemt toe, enz. En dat dan met de winter voor de deur, een periode waarin het energieverbruik het grootst is, zeker voor de verwarming van gebouwen. En dus ook van woningen, waar U en ik wonen of waar de sociaalzwaksten van onze samenleving en die het vaak met een zeer bescheiden salaris moeten rooien het nog het meest moeilijk hebben. (bron, en hierna: FRGE).

Wat kan daar aan worden gedaan?

Wat kan onze regering doen? Op korte termijn moet zeker voor de sociaalzwaksten iets gebeuren. Met de winter voor de deur kan een regering de zwaksten onder ons niet letterlijk in de kou laten staan. En ook de anderen moeten worden geholpen.

Maar het geven van bijvoorbeeld een energiecheque aan de inwoners van het land draagt niet bij tot de structurele welvaart van zijn inwoners. Goed besturen is vooruitzien. Er moeten structurele maatregelen worden genomen die duurzaam zijn. Dit betekent investeren. Maar investeren betekent ook geld zien te vinden. Wanneer U en ik minder energie nodig hebben voor onze woning, dan is dat goed voor onze portemonnee. Een lager energieverbruik draagt bij tot het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en heeft een positief effect op het bestrijden van nog veel andere milieuproblemen.

Even illustreren

U of ik stellen vast dat onze maandelijkse energiefactuur toch nog behoorlijk hoog is en we willen daar iets aan doen. Een energieaudit, al dan niet gratis, helpt bij het maken van de keuze van de meest aangewezen energiebesparende investeringen. Een kosten-batenanalyse is daarbij de leidraad. Daarin staat ondermeer de terugbetaalperiode van de geplande investering via de energiebesparing. Hierbij wordt ondermeer rekening gehouden met de fiscale aftrek én de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke subsidies die in rekening kunnen worden gebracht.

Maar dan blijft er nog een bedrag over dat moet betaald worden. Dat bedrag kan in een keer vereffend worden of via een lening worden gefinancierd. Misschien is er wel een reden waarom u in plaats van alles via één keer te betalen, liever een lening wilt aangaan over pakweg 5 jaar. Welnu, dan kunt U bijvoorbeeld via de lokale entiteit van het FRGE in uw stad of gemeente terecht bij het Fonds ter reductie van de globale energiekost (zie hieronder). Daar kunt U voor maximum 10 000 Euro een goedkope lening aangaan. De rente wordt bepaald door de Raad van Bestuur van het Fonds maar zal altijd beduidend lager liggen dan de marktrente. U ondertekent een contract met de lokale entiteit waarin U zich engageert tot de terugbetaling van de lening.

De sociaalzwaksten hebben echter wel wat andere bekommernissen aan het hoofd dan energiebesparing, zo zou je denken. In feite is dat ook zo. Zij behoren echt tot de meest behoeftigen van onze samenleving en elke steun is welkom. Ook een initiatief om hun maandelijkse energiefactuur te doen dalen. En veelal wonen de meest behoeftigen in een oudere woning waar geen dubbel glas of dakisolatie aanwezig is en/of waar de verwarmingsketel dringend aan vervanging toe is. Het is daarom dat het Fonds van deze lokale entiteiten zal vragen dat zij optreden als een ESCO (‘Energy Service Company’).

Het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE)
 

Het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE) werd op 10 maart 2006 opgericht. Het is een NV van publiek recht en een dochtermaatschappij van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.

Het maatschappelijk doel van het FRGE wordt statutair omschreven als de studie en de verwezenlijking van projecten door tussenbeide te komen in de financiering van structurele maatregelen om reducties van de globale energiekost in particuliere woningen te bevorderen voor de doelgroep van de meest behoeftigen en het verstrekken van goedkope leningen voor structurele maatregelen om reducties van de globale energiekost in woningen bezet door privé-personen en dienstig als hoofdverblijfplaats te bevorderen.

Het Fonds concretiseert haar doel door het verstrekken van goedkope leningen, bestemd voor structurele energiebesparende maatregelen, aan particulieren. Dit gebeurt via lokale entiteiten die zijn aangeduid door steden en gemeenten in overleg met het OCMW. De sociaal zwaksten vormen voor het Fonds een bijzondere doelgroep van particulieren.

Concrete werking

Hoe gaat dat dan in zijn werk? Eerst en vooral werkt de lokale entiteit samen met het OCMW. Het OCMW (of een andere lokale sociale dienst) komt in contact met de mensen van de doelgroep. Ze bekijken samen de mogelijkheden van energiebesparing. Een beslissing over de investeringen wordt genomen, indien het gezin geen eigenaar is van de woning, in samenspraak met de eigenaar. Die wordt altijd maximaal geresponsabiliseerd. Een contract wordt opgemaakt waarin precies wordt bepaald wie wat doet en wie welke verantwoordelijkheid draagt. Vervolgens belast een lokale entiteit een aannemer met de werkzaamheden. De werf wordt opgevolgd, de werken worden opgeleverd en de terugbetaling van de gemaakte kosten kan starten. Op basis (van een deel) de uitgespaarde energiefactuur wordt maand na maand een bedrag terug betaald, gespreid over 5 jaar.

U vraagt zich misschien af: Wie is die lokale entiteit, waarvan verschillende keren sprake? Welnu, daar speelt de autonomie van de gemeente. Het is de gemeente die, in samenspraak met het OCMW, de lokale entiteit aanduidt. Dat kan een autonoom gemeentelijk bedrijf, een sociaal verhuurkantoor, een netwerkbeheerder, enz. zijn. De gemeente moet aan het Fonds bewijzen dat die lokale entiteit in staat is om haar taak te vervullen. De lokale entiteit moet een grondgebied bestrijken waar ongeveer 25.000 inwoners wonen. Steden of grote gemeenten komen daar gemakkelijk aan. De andere kunnen bovengemeentelijk samenwerken. Het moet immers de bedoeling zijn dat de lokale entiteiten voldoende kritische massa ontwikkelen om hun taak naar behoren te kunnen vervullen. Zij krijgen daar trouwens een financiële steun voor van het Fonds. Dat kan omdat het Fonds op haar beurt een jaarlijkse dotatie ontvangt van de federale overheid.

Tussen het Fonds en de lokale entiteit wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met sluitende bepalingen over eenieders rechten en plichten. Veel meer hierover is te lezen in het beheerscontract dat de federale overheid afsloot met het Fonds2. Ook de afbakening van wie behoort tot de meest behoeftigen werd netjes geformuleerd3.

Financiering

Het Fonds heeft een maximale schuldpositie van 250 miljoen Euro. Deze kan worden ingevuld door het ophalen van obligaties met staatswaarborg en fiscaal voordeel. Dit kapitaal moet als een rollend fonds dienen voor de energiebesparende investeringen in woningen (max. 10 000 Euro per woning). Het financiële plan voorziet in een benutting gespreid over 5 jaar, d.w.z. ongeveer 20 miljoen per jaar. Bijgevolg kunnen in België minstens 2 000 woningen per jaar worden bediend, zowel via goedkope leningen voor iedereen als via begeleide investeringen bij de sociaal zwaksten in onze samenleving. Er wordt verwacht dat elke lokale entiteit jaarlijks middelen besteedt voor een 100 à 200-tal woningen.

 

 

 

Titeltje
"Under Construction"

  www.energierenovatiekrediet.be en www.energierenovatielening.be zijn een iniatief van de firma HeWiCOM.